5 August 2015
Van der Liet is zelf niet met de sprookjes van Andersen opgegroeid, maar is ze als volwassene gaan waarderen: ‘Andersen heeft altijd twee publieken voor ogen. Eén is natuurlijk het kind, de jonge luisteraar. En aan de andere degene die het voorleest, de oudere, de volwassene.’
Volgens Van der Liet zit er in alle sprookjes van Andersen een heel duidelijke moraal, zoals ‘hoogmoed komt voor de val’ of ‘als je maar goed je best doet dan kom je er wel’. Dat laatste liet Andersen ook zien in zijn eigen leven. Van der Liet: ‘Een jongetje uit het laagste milieu wat je maar kan denken, met een moeder die aan de alcohol is en een vader die een eenvoudige schoenmaker is en jong sterft. En dan komt hij uiteindelijk op de toppen van de wereld te staan, als één van de meest vertaalde auteurs ter wereld.’
Andersen werd rijk en beroemd door zijn sprookjes, maar schreef ook ander werk, vertelt Van der Liet. ‘Hij heeft poëzie geschreven, hij heeft toneelwerken geschreven, hij heeft een aantal heel bijzondere romans geschreven. En natuurlijk die dik 130 sprookjes. Wat ik zelf een heel mooi deel van zijn oeuvre vind, zijn toch ook zijn dagboeken. Daar kun je eindeloos in lezen. Dan volg je hem ook van stap tot stap op zijn vele, vele reizen.’
In Odense, de geboortestad van Andersen, is zelfs een heel wetenschappelijk instituut aan hem gewijd. ‘Het instituut houdt zich bezig met het volgen van zijn werk, met het uitgeven van wetenschappelijke edities, het vinden van brieven die nog niet zijn uitgebracht. Ook onderzoeken ze in het Verre Oosten met welke blik kinderen en volwassenen uit een andere cultuur naar zijn werk kijken.’