For best experience please turn on javascript and use a modern browser!
You are using a browser that is no longer supported by Microsoft. Please upgrade your browser. The site may not present itself correctly if you continue browsing.

In diens proefschrift over taalhandelingen gaat Lwenn Bussière-Caraes in tegen traditionele, “geïdealiseerde” conversatiemodellen. De promovendus stelt hiermee de vraag: wat gebeurt er met een gesprek waarin dingen niet volgens het boekje verlopen?

In een gesprek zetten sprekers regelmatig taalhandelingen in, zoals iets beschrijven of een bevel geven. Om deze taalhandelingen te bestuderen worden conversatiemodellen gebruikt die het gesprek typeren. Filosoof Bussière-Caraes raakte bevlogen van het onderwerp, maar merkte dat de conversatiemodellen ontoereikend waren voor diens onderzoek.

‘De taalmodellen die vaak worden gebruikt voor dit soort onderzoek gaan uit van een enorm geïdealiseerd beeld van een conversatie: de gesprekspartners hebben gemeenschappelijke doelen en de ingezette taalhandelingen hebben het beoogde effect. Alle conversaties zijn volgens deze modellen terug te brengen tot een uitwisseling van informatie’, vertelt hen. ‘Wat hierbij onderbelicht blijft, is dat sprekers ook verschillende, soms conflicterende doelen kunnen nastreven in een gesprek. In situaties van onenigheid kunnen sprekers gebruikmaken van taalhandelingen om conversationele zetten van de ander te verhinderen, bijvoorbeeld door te weigeren te antwoorden of gehoorzamen.’

Zwijgen is niet per definitie instemmen

Een van de prominente onderwerpen van het proefschrift is het fenomeen silencing: de taalhandeling waarbij wordt voorkomen dat een gesprekspartner impact heeft op de interactie. Dit kan bijvoorbeeld voorkomen bij een conversatie met een ongelijke machtsdynamiek, zoals een stagiair die iets zegt in een werkoverleg en genegeerd wordt, of een persoon die misbruik probeert te melden maar niet wordt gehoord. ‘De taalhandeling wordt dan genegeerd: de spreker wordt behandeld alsof diegene niets gezegd heeft en de conversatie gaat door alsof de taalhandeling niet heeft plaatsgevonden.’

Het fenomeen silencing was voor de promovendus moeilijk te bestuderen met behulp van traditionele taalmodellen, omdat deze modellen stiltes in het gesprek categoriseren als een standaard instemmingsreactie. ‘Zelfs in coöperatieve gesprekken hoeft dat niet zo te zijn’, zegt Bussière-Caraes. ‘Als een lerares voor de klas staat en de perplexe, gefronste gezichten van haar leerlingen ziet, zal ze beseffen dat de uitleg niet toereikend is. En als je een vriend enthousiast een boek aanraadt en hij reageert niet, begrijp je dat hij niet overtuigd is en je meer argumenten moet aanhalen.’

Hen betoogt dat stilte een instemmingsreactie kan zijn, maar zich niet daartoe beperkt. Dit hangt af van hoe de gesprekspartner de aard van de conversatie inschat. ‘Als de spreker het gesprek als non-coöperatief beschouwt, zal diegene er eerder van uitgaan dat de stilte afwijzing uitdrukt en diens zetten in het gesprek als afgewezen beschouwen.’

Nee is nee?

Bussière-Caraes ging ook dieper in op de vraag: onder welke omstandigheden zeggen sprekers ‘nee’ en wat is het effect daarvan op de conversatie? ‘Als je ‘nee’ zegt, positioneer je jezelf als een persoon die het niet met de ander eens is. Dit heeft invloed op je positie en mogelijkheden tijdens de hele conversatie’, legt hen uit. ‘Als iemand een uiting doet en je gaat hier tegenin, sluit je uit dat je dit later zelf als argument kunt gebruiken. Als je niet irrationeel over wil komen, tenminste.’

In het onderzoek wordt veel gebruikgemaakt van voorbeelden uit echte interacties, verworven uit databases van taalgebruik. De promovendus vertelt dat hen vaak het vooroordeel hoort dat filosofie vooral theoretisch van aard is en niet gebaseerd op de praktijk. ‘Ik vind het belangrijk om me te baseren op werkelijke conversaties uit het echte leven. Zo is mijn onderzoek gebaseerd op en relevant voor de realiteit.’

Promotiegegevens

Bussière-Caraes verdedigt diens proefschrift 'No means No!: Speech acts in conflict' op 25 november. De verdediging vindt plaats in de Agnietenkapel van 16.00 tot 17.30 uur.